Meditatie.
Vorige zondag.
Zondagochtend hadden we dovendienst in Het Anker en ’s avonds hadden we in de Oude Kerk een dienst waarin we ons voorbereidden op de bediening van het Heilig Avondmaal. We lazen Openbaring 2:8-11, de tweede van de zeven brieven uit de hemel.
Komende zondag.
Voorafgaand aan de Avondmaalsbediening overdenken we de derde van de zeven brieven uit de hemel, de brief die gericht is aan de gemeente van Pergamus (Openbaring 2:12-17). Oude Kerk, aanvang 09:30 uur.
Bijbelstudie.
Het was eigenlijk de bedoeling om een zevental vrouwen voor het voetlicht te brengen tijdens de Bijbelstudies deze zomer. Dat mislukte al meteen, want we hadden voor Eva flink wat meer tijd nodig dan verwacht. Nu de derde Bijbelstudie wegens ons vertrek naar Uddel ook de laatste zal zijn, heb ik ervoor gekozen om Sara en Tamar over te slaan en Rachab te behandelen. Welkom op donderdag 25 juni, ’s ochtends om 10:00 uur en ’s avonds om 19:45 uur.
Jolanda Verdoes is bereid om de Bijbelstudies na de zomer voort te zetten. Daar zijn we haar alvast heel dankbaar voor! Daarover zult u later meer lezen op deze plaats.
Getekend.
Huisartiest JvD is weer goed bezig geweest en heeft een illustratie gemaakt van Gaston Starreveld naar aanleiding van de preek van zondagavond.

Vanuit Pastorie Zeezicht
In een grijs verleden (het voorjaar van 2022 om precies te zijn) heb ik beloofd om ‘ooit’ eens iets te schrijven over mijn toga. En dan met name over de vraag waarom die toga meestal in de kast blijft hangen onder kerktijd. En trouwens ook buiten kerktijd. Nu wordt het tijd om die belofte in te lossen.
Allereerst: ik heb er niets op tegen als een dominee een toga draagt. Het belangrijkste argument dat wordt aangevoerd om dat te doen, is doorgaans dat het ambt daardoor op de voorgrond treedt en de persoon op de achtergrond, en dat dat passend is voor iemand die niet zozeer zijn eigen boodschap in de gemeente brengt, maar de boodschap van zijn Zender. Dat is een waardevolle gedachte.
Ergens in de eerste week na mijn verbintenis aan de gemeente van Katwijk ging de telefoon. ‘Ja, dominee’, zei ze, ‘wat ik zou willen weten: waarom draagt u geen toga?’ Ik heb toen wat teruggeprutteld over dat ik überhaupt geen toga had en dat de kerkenraad het ook niet van mij vroeg. Ik had, achteraf gezien, ook een ander antwoord kunnen geven:
– Praktisch: een toga is warm en onhandig, je moet een koffertje meenemen als je uit preken gaat en je kunt je maar matig bewegen onder die zware stoffen mouwen.
– Historisch: de toga is vanouds geen kerkelijk gewaad, zoals we dat bijvoorbeeld kennen uit de Rooms-katholieke traditie, maar een seculier gewaad. Om de ondergewaardeerde dominees wat op te waarderen heeft de hervormde synode ergens in het midden van de 19e eeuw bepaald dat ze een geleerdenmantel moesten gaan dragen. Het moest gezag en waardigheid uitstralen (zie het informatieve artikeltje van Piet Vergunst in De Waarheidsvriend van 6 juli 2023). Ik vind het zelf een beetje bedenkelijk als een dominee zijn geleerdheid en gezag moet ontlenen aan de kleding die hij draagt.
– Ecclesiologisch: de predikant is binnen de kerkenraad principieel niet méér of anders dan de ouderlingen en diakenen. Er is wat voor te zeggen om dat ook een beetje terug te laten komen in de kleding.
Dus daar hebt u een paar argumenten die ik zou kunnen aanvoeren om mijn ambtelijke kledingkeuze te verdedigen. Maar het eerlijke verhaal is vooral biografisch van aard: het ambtelijk leven is zo gelopen dat ik pas in Katwijk tegen mijn togaloosheid aanliep. Ik had er eigenlijk nooit zo bij stilgestaan… Ik zal er iets over vertellen.
Toen ik als predikant in de Drenthe begon, waren er in de wijde omtrek maar weinig predikanten te vinden die een toga droegen. Je kwam er van alles tegen: witte gewaden, pakken, jurken en een enkele gebreide trui. Ze waren in Pesse ook niet zo gewend aan een dominee-in-toga en vonden een net pak ook wel onderscheidend genoeg. Dat ik daar destijds geen das bij droeg, was reden voor een aantal gemeenteleden om een paar stropdassen voor me te kopen en die kreeg ik cadeau bij mijn intrede in de gemeente. En het pak dat ik destijds droeg was tegelijkertijd mijn trouwpak. We moesten op de kleintjes letten.
Daarna kwam Urk, en Urk is zo gereformeerd als je het maar krijgen kunt: elk kerkverband heeft er wel een dependance. Opnieuw was er op het dorp slechts een heel enkele broeder te vinden die in toga voorging. De rest droeg een donker pak. Afgaand op de stropdas kon je de dominees op een rijtje zetten van zwaar naar licht: aan de ene kant een diepzwarte oudgereformeerde das, in het midden de gestippelde das en de gestreepte das, en aan de andere kant de gereformeerd-vrijgemaakte kleurtjesdas. Ik heb altijd wat tegen die ongeschreven kerkregel gezondigd door een das te dragen die zo zwart is als de koffie die ik drink. In sommige kringen geeft dat een zeker voordeel bij twijfel. Anderen lezen er zwaarmoedigheid en strengheid in. Zelf vind ik het wel netjes.
Op Katwijk was er, gelukkig, een predikantsweduwe die mij al snel aan een toga hielp. Sindsdien hoef ik bij de gebruikelijke parade der mannenbroeders (vergeef mij de uitdrukking), bij de komst of het vertrek van een dominee, niet meer uit de pas te lopen. En dat is ook wat waard!
Hoe zouden ze er straks in Uddel tegenaan kijken? We zullen het merken. Kleren maken de man.
Een hartelijke groet en zegenwens vanaf de wurref van mij en mijn vrouw en de gasten,
dr G. van Zanden
©2026 Hervormde Gemeente Katwijk aan Zee DisclaimerColofonPrivacy & cookies
Website door 2nd Chapter