Home / Contact
Agenda / Nieuws

Medicijn van de bovenste plank

Twee kerkbodes terug ontwaarde dominee Jongeneel een dokter tussen de dominees en dat deed hem denken aan een anekdote van ds. J.J. Poort. Die zijn er vele. Als je over dominees en dokters begint, ben je niet gauw klaar. P.A. de Génestet (1829-1861) dichtte al:

De dominee, de dokter, de notaris,

drievuldig beeld van al wat wijs en waar is!

Ja, dat was bijna 200 jaar geleden en de dichter was nota bene ook nog dominee. Een remonstrantse, dat dacht ik al, want hij werkt zichzelf naar boven. Maar het blijft een fraai stukje poëzie, wat ons vandaag niet meer snel ten deel zal vallen. Over ons dichten nee, maar over ons praten ja, toen er nog verjaardagen gevierd werden. Kwam je zelf als dokter op zo’n verjaardag, dan gingen de bretels los! Bultje hier, plekje daar, wat zou het kunnen zijn? Het ging er vrijmoedig aan toe op zo’n ‘groepsspreekuur’. Bij dominees gaat dat vaak anders. Er is een duidelijk verschil tussen het opbiechten van ziekten en zonden. ‘Het boze dat ik heb gedaan gaat toch mijn dominee niet aan?’

Een dominee zei eens tegen me: ‘Ik ben wel eens jaloers op jullie, dokters, de kwaaltjes worden makkelijk verteld, je schrijft een receptje en klaar ben je.’ ‘Dat is vaak zo,’ was mijn reactie, ‘maar er komt een moment dat ik mijn laatste receptje heb geschreven of moet zeggen dat er geen receptje meer voor is. En dan hebben jullie, dominees, een heel Boek om verder te helpen. Zelfs bij een open graf mag je vertellen van dat lege graf: Hij is hier niet, Hij is opgestaan! Nu vangt het nieuwe leven aan!’ Dan ben ik weer jaloers op jullie, dominees. Vraag voor ons beiden blijft of we de mensen wel bereiken. Of ze de medicijnen komen halen en innemen. Of ze het Woord willen horen en geloven.

Ds. Jongeneel schreef over een dorpsdokter die zijn medicijnkastje wat te hoog had opgehangen, waardoor de patiënten de bovenste plank niet goed konden zien en alleen zicht hadden op de onderste. Maar daar stonden niet de medicijnen die voor hen bestemd waren. De dokter prikte een briefje op het kastje met de tekst: ‘Kijk ook eens naar boven’.

Dominees hebben ook wel eens zo’n probleem. Dat de mensen er niet bij kunnen. In mijn jonge jaren heb ik onder het gehoor gezeten van een dominee, die ‘het korfje laag liet zakken’. Hij hing dan over de rand van de preekstoel alsof hij aan een touwtje een mandje neerliet. Maar het korfje zat potdicht en als er al een kiertje in zat, dan mochten we het ons nog niet toeëigenen, dat zou stelen zijn, remonstrants. Het moest je gegeven worden. Maar dat gebeurde haast nooit. Het laten zakken van dat korfje was altijd weer een vertederend gezicht, maar ach, die lieve mensen, het bleef maar donker in hun leven, de hemel brak maar niet open.

Op dat lage korfje had ook dat doktersbriefje moeten zitten: ‘Kijk ook eens naar boven’. Want daarboven op die kansel lag het Woord van God, helemaal open. Geen korfje, maar een hele schuur vol. En daar mag de dominee van uitdelen. Ruim en welmenend. Om jaloers op te worden! Hier wordt de rust geschonken, genezing, vergeving. En wat je geschonken wordt, kun je nooit stelen. Hier breekt de hemel open: genade, rijk en vrij. Voor u, voor jou, voor mij! Dát is het, hét medicijn! Van de bovenste plank. Met mijn naam op het etiket. En het is al betaald.

‘Ik roem in God, ik prijs ’t onfeilbaar woord,

Ik heb het zelf uit Zijne mond gehoord!’

Romeinen 12:4-5

Zoals ons ene lichaam vele delen heeft en die delen niet allemaal dezelfde functie hebben, zo zijn we samen één lichaam in Christus en zijn we, ieder apart, elkaars lichaamsdelen.

©2020 Hervormde Gemeente Katwijk aan Zee

Disclaimer Colofon Privacy & cookies

Webontwikkeling: 2nd Chapter